brede
banden
heb je al. De vering
is ook verlaagd.
Zo, en nu eens lekker hard de
bocht door. Maar goed dat je in
een lekker kuipstoelen
zit, want anders, met
die enorme dwarskrachten...
Ook de wielophanging
heeft daar trouwens last van.
Niet elke ophanging heeft immers
voldoende stijfheid en zal, net
als de carrosserie, een tikkeltje
vervormen. In de autosport worden
kantelen en torsie van carrosserie
en onderstel opgevangen met anti-rol-bars,
bruggen en strips.
Meer stijfheid, strakker
door de bocht dat lukt via een
veerpootbrug.
Elke auto
met vering
heeft de neiging over te hellen
in de bocht. Nadeel van overhellen
is vooral dat de wielstanden
veranderen en de banden
niet altijd op een optimale wijze
op het wegdek staan. De stabilisatorstang
vermindert overhellen, doordat
deze torsiestang tussen linker
en rechter wiel (meestal voor,
maar kan ook achter) verschillen
van invering verkleint.
Strakker
de hoek om
Doel
van de verlagingsveren
Op
een rijdende auto werken
allerlei krachten. Tijdens
het optrekken
komt de voorkant iets
omhoog en als je remt
gaat hij duiken. In een
bocht ontstaat het bekende
overhellen of rollen en
als je maar hard genoeg
door de bocht gaat, breekt
de voor- of achterkant
uit. Dat wordt ‘gieren’
genoemd, het verschijnsel
waarbij onderstuur
of overstuur
ontstaat.
Al deze autobewegingen
worden veroorzaakt door
onder andere massakrachten
en centrifugaalkrachten,
die via de wielophanging
en het veersysteem op
de banden worden overgebracht.
Zolang de banden maar
voldoende grip
houden en zijdelings iets
wegschuiven is er niks
aan de hand. Als dat niet
het geval is, dan raakt
de auto uit balans en
gaat hij gieren of rollen.
Gieren gebeurt vanuit
de hoogte-as, ook wel
Z-as genoemd.
Het
is redelijk onder controle
te houden door met het
gas- en koppelingspedaal
te spelen en de juiste
stuurcorrecties toe te
passen. Gaat de auto rollen
(kantelen rond de X-as)
dan is het uit met de
pret en heb je heel wat
stuurmanskunst nodig om
uit de ambulance te blijven.
Belangrijk bij het beperken
van rolneigingen zijn
een laag zwaartepunt,
een stugge
vering en demping
stugge vering en demping
en een grotere
spoorbreedte.
Verder speelt de spoorkracht
of vervorming van de banden
een belangrijke rol. De
bandvervorming wordt uitgedrukt
in graden en wordt ‘drifthoek’
genoemd. Er is dus altijd
sprake van een drifthoek
als het contactvlak van
de band vervormt.
Daarbij zie je dat er
twee bewegingsrichtingen
zijn: de richting die
de auto rijdt en de richting
van het band-contactvlak.
Naast de conditie van
het wegdek is de drifthoek
vooral afhankelijk van
de bandenspanning,
het profiel en de bandopbouw.
Omdat de drifthoeken bij
een hogere bandenspanning
kleiner worden, mag je
de volgende vuistregel
hanteren: een hogere bandenspanning
vóór vermindert
onderstuur (doorglijden),
en een hogere bandenspanning
achter vermindert overstuur
(spinnen). autosportcompanyheeft
ze ook.
Keuze
en montage veerpootbrug
Veerpootbruggen
en torsiestrips worden
tussen de voorste en achterste
veerpoten bevestigd. Ze
zijn gemaakt van gelakt
of verchroomd staal of
van gepolijst of geanodiseerd
aluminium.
Ook zijn zeer lichte en
sterke carbon
veerpootbruggen
leverbaar, vervaardigd
van met aramide-koolstofvezel
versterkte kunststof.
Het produceren van veerpootbruggen
en strips is maatwerk.
Ze zijn merkgebonden en
passen meestal slechts
op één autotype.
Wel zijn sommige afstelbare
veerpootbruggen universeel
te gebruiken. Afstelbare
veerpootbruggen hebben
tevens als voordeel dat
de passing altijd perfect
is, hoewel de afstand
tussen de beide veerpoten
niet altijd overeenkomt
met de farieksopgave.
Hou er wel rekening mee
dat een veerpootbrug je
niet in de weg zit.
Om
toch nog gewoon in de
machinekamer te kunnen
werken, is het handig
als de veerpootbrug gemakkelijk
te verwijderen is. De
montage-einden van een
veerpootbrug zijn meestal
uitgevoerd als een ring
of een vork. Ze zijn gemakkelijk
te bevestigen onder de
drie of vier moeren van
de veerpootbevestiging
op het binnenscherm.
Laat bij het monteren
de auto op zijn wielen
staan zodat de veren onder
spanning blijven. Blijf
vooral van de centrale
schokdemper
moer
af! Deze houdt de zware
schroefveer in positie
en heeft niets te maken
met de bevestiging van
de veerpootbrug. Na montage
van de veerpootbrug trek
je de moeren goed vast,
meestal met een moment
van ongeveer 50 Nm. Trek
je te hard, dan breekt
de bout af en zul je deze
moeten uitboren.
Overstuur, onderstuur, neutraal
De wegligging van een auto staat
voor een flink deel in verband
met het zwaartepunt en de drifthoeken.
Om het begrip ‘zwaartepunt’
goed te begrijpen moet je het
autogewicht als één
punt voorstellen.
Ligt het zwaartepunt precies in
het midden van de auto dan is
ook de bandvervorming of drifthoek
bij alle banden gelijk en ontstaat
een neutraal stuurkarakter. Lees
het Autokompas artikel, zo bereik
je de perfecte
set-up van een auto.
Bij dit ideale rijgedrag laat
een auto zich gemakkelijk door
de bocht sturen en is er van gieren
geen sprake. Mocht er vierwielslip
optreden dan glijdt de auto gelijkmatig
weg en is de slip snel en gemakkelijk
te corrigeren. Ligt het zwaartepunt
vóór het midden
dan is de wieldruk op de voor-
en achterwielen verschillend,
waardoor in het algemeen ook verschillende
drifthoeken ontstaan.
De auto zal in een snel genomen
bocht een grotere cirkelboog willen
beschrijven, wat bekend staat
als onderstuur. De meeste auto’s
zijn min of meer onderstuurd,
vooral als ze voorwielaandrijving
hebben. Ze schuiven bij snel bochtenwerk
over de voorwielen naar de buitenbocht.
Ook bij teveel toevoer van vermogen
en doorslippende voorwielen ontstaat
gemakkelijk een flink onderstuur,
wat je misschien al wel eens ervaren
hebt met eigen auto. Ligt het
zwaartepunt in het achterste gedeelte
van de auto en worden de achterwielen
aangedreven dan ontstaat in snel
genomen bochten ‘overstuur’.
Ga je nog harder dan gaat de auto
spinnen. Bij overstuur is de auto
dus staartlastig en met name auto’s
met de motor achterin hebben er
last van. Ook zijn deze auto’s
meer zijwindgevoelig. Overstuur
en onderstuur zijn op allerlei
manieren te beïnvloeden,
onder meer door de bandenspanning
of de vering aan te passen of
door montage van banden met verschillende
breedte. Brede banden verminderen
onderstuur en brede
banden
achter verminderen overstuur.
Van dit principe wordt in de autosport,
maar ook bij supersnelle sportauto’s,
zoals Porsches, Ferrari’s
en Lamborghini’s veelvuldig
gebruik gemaakt.