Sportiever en sneller…
Wat maakt een
auto tot een sportieve auto? Voor sommigen
gaat het vooral om de 'looks', anderen hechten
slechts waarde aan rijprestaties als acceleratie,
wegligging en stuurgedrag. Wij vinden het
allemaal belangrijk. Daarom het A tot Z
over sportieve auto's...
ABS: Anti Blokkeer Systeem.
Helemaal top, zeker ook voor sportieve rijders.
Houdt de auto bestuurbaar, doordat de wielen
zelfs bij maximaal remmen blijven draaien.
Denkbare nadelen: 1. De bestuurder kan zich
al te veilig wanen en daardoor te laat remmen
2. In zeer specifieke (circuit-)situaties
kan het midden in een wilde spin handig
zijn om de auto 'vast te kunnen trappen':
hij blijft dan -ongeacht de richting die
de auto en wielen opwijzen- één
kant opgaan. Dit vasttrappen lukt niet wanneer
de raceauto over een ABS-systeem beschikt.
Banden: Enig idee waarom
er in het Formule-1 zoveel te doen is over
banden? Juist, omdat ze zo bepalend zijn
voor het weggedrag van een auto. Een personenwagenband
is altijd een compromis, omdat je er bijvoorbeeld
zowel met droog als met nat weer mee wilt
kunnen rijden. Toch heb je betere en minder
goede compromissen. Kies voor kwaliteit,
lees daarom de tests van de gespecialiseerde
bladen en vraag je merkdealer vooral welke
banden de fabrikant van je auto aanbeveelt:
die weet het immers het beste.
Camber: Aanduiding voor
de hoek die een band maakt met de weg. Ten
opzichte van loodrecht (90°) verschilt
dat meestal enkele graden. Sport(ieve)wagens
hebben vaak een negatief camber: de wielen
staan dan aan de bovenkant iets meer naar
binnen, zodat de buitenste banden in een
snelle bocht (en een licht overhellende
auto) alsnog loodrecht op de weg staan.
Dwarsstabilisator: Elke
auto met vering heeft de neiging over te
hellen in de bocht en doet dat ook, tenzij
een actief systeem (zoals BMW's Dynamic
Stability System, DSC) voor een tegengestelde
kracht zorgt. Nadeel van overhellen is vooral
dat de wielstanden veranderen en de banden
niet altijd op een optimale wijze op het
wegdek staan. De stabilisatorstang vermindert
overhellen, doordat deze torsiestang tussen
linker en rechter wiel (meestal voor, maar
kan ook achter) verschillen van invering
verkleint.
EFI - Electronic Fuel Injection
ofwel elektronische brandstofinjectie. Doodnormaal
dus, maar soms wordt de kreet nog wel eens
genoemd op een sportauto. Als extraatje.
Fading: Als je remt, zetten
de remmen bewegingsenergie om in warmte.
Als je hard remt, wordt er dus extra warmte
gecreëerd. Rem je hard en langdurig
(bijvoorbeeld tijdens een race op het circuit
of bij het afdalen van een berg), dan bereiken
de remmen hun maximum: het lukt ze dan niet
om nóg meer warmte te creëren,
waardoor de remwerking sterk afneemt. Dit
verschijnsel heet fading. Remedies: minder
remmen, bergaf terugschakelen of betere
remmen aanschaffen…
G-lader: Een soort turbo,
maar dan anders. De G-Lader is een mechanische
compressor van Volkswagen die inlaatlucht
de motor inperst en zo zorgt voor extra
vermogen. Mooi, maar relatief storingsgevoelig.
Hotrod: Amerikaans idee
van een straatracer: pak een oldtimer (bijvoorbeeld
een T-Ford), versterk het chassis, leg er
een zware V8 in met chromen uitlaatpijpen,
spuit het geheel in opvallende kleuren (paars,
geel, die sfeer), plaats smalle wielen vóór
en platte, extreem brede banden achter.
Brullen maar.
Intercooler: Je kunt (inlaat)lucht
samenpersen met een turbocompressor, maar
er is ook een andere manier om extra veel
lucht in een motor te krijgen: een intercooler.
Meestal worden de twee gecombineerd en dan
heb je een turbo-intercooler. Bij koude
lucht zitten de luchtatomen lekker dicht
op elkaar. Je hebt dus meer zuurstof in
de verbrandingskamer en dientengevolge kan
meer brandstof worden ingespoten. Meer vermogen
is het logische resultaat.
Jagen: Tijdens de vrijdagmiddagspits,
door stadswijken en over dijken waar mensen
fietsen. Sportief rijden is (naast gas geven
als het kan) vooral sportief rijden. Dus
bijvoorbeeld sportief van het gas af gaan
als je daardoor een ander voor kan laten
of extra rustig rijden als je daar iemand
een plezier mee doet -op die dijk bijvoorbeeld.
Presteren in het verkeer is elke dag weer
zorgen dat jij én je medeweggebruikers
veilig de finishlijn halen. Geeft net zo'n
goed gevoel als hard gaan op het circuit.
Koeling: Waar energie wordt
gemaakt of vrijkomt (gasgeven of remmen),
daar ontstaat warmte. Hoe groter de prestaties
van een auto, des te meer warmte zal er
moeten worden afgevoerd. En daar kun je
sportieve auto's dan weer aan herkennen:
ze hebben extra grote luchtopeningen in
en rondom de grille, bij de achterwielen
en in de flanken. Al die gaten zijn er voor
koeling van de motor, de remmen, de oliekoeler
en de intercooler (zie hierboven). Of voor
de show natuurlijk.
Luchtfilter: Helemaal top
is een open luchtfilter. Niet dus…
Tuurlijk ziet zo'n ding er gaaf uit en zorgt
hij voor een extra sportief motorgeluid.
Lees echter het stukje achter de 'I' van
intercooler en kom tot inkeer: een open
luchtfilter haalt zijn lucht niet van buiten,
maar uit het motorcompartiment. Daar is
het verre van fris en de lucht is vooral
heel erg warm. Tel uit je verlies. Niet
alleen krijgt de motor met een open filter
minder zuurstof in de verbrandingskamers,
bij warm weer wordt de lucht zo heet dat
je al snel te maken krijgt met detonatie,
ook wel zelfontbranding of pingelen genaamd.
Is buitengewoon slecht voor je motor en
kan je dus letterlijk 'de kop' kosten…
Motorvermogen: is motorvermogen,
en dus niet het vermogen aan de wielen.
Afhankelijk van de aandrijving houd je minder
over aan de wielen. Een automatische transmissie
met koppelomvormer (de klassieke automaat)
kost extra vermogen, net als permanente
vierwielaandrijving. Vermogen is gelijk
aan de vermenigvuldiging van kracht (koppel)
en toerental. Veel vermogen bereik je dus
met veel toeren (denk aan een Formule-1
auto of een racemotor) of veel kracht (denk
aan de moderne TDI-tjes van tegenwoordig).
Het mooiste is natuurlijk een combinatie
van kracht en toeren. Denk aan de BMW M5
met 507 pk…
Nitro: Nitro is een brandstof
waar dragracers vroeger mee reden. Het spul
is licht ontvlambaar tot explosief, best
tricky dus en daardoor in onbruik geraakt.
Tegenwoordig staat 'nitro' veel vaker synoniem
voor het relatief onschuldige (onbrandbaar,
wordt ook gebruikt als narcosegas) Nitro-oxide
ofwel lachgas (N2O). Firma's als NOS (Nitrous
Oxide Systems) maar ook vele anderen leveren
'nitro' of lachgas kits. N2O wordt samen
met het mengsel ingespoten in de cilinders,
waarbij het lachgas tijdens de compressieslag
wordt omgezet in zuurstof en stikstof. Door
de extra zuurstof in de cilinder kan tevens
extra brandstof worden ingespoten, meestal
via extra injectoren in het inlaatspruitstuk.
De stikstof zet tijdens het proces uit,
wat voor extra druk op de zuigers zorgt.
Echt verfijnd is het niet, maar 'NOS' zorgt
wel voor een dosis extra power.
Overstuur, onderstuur:
We weten het zolangzaam aan wel, toch? Overstuur
betekent een grotere drifthoek achter dan
voor, waardoor de auto als geheel meer de
bocht instuurt (of de achterkant 'uitbreekt').
Onderstuur is een grotere drifthoek voor
dan achter, waardoor de auto als geheel
zich juist iets meer naar de buitenkant
van de bocht richt. Een auto die neigt tot
onderstuur is vaak veiliger dan een auto
die neigt naar overstuur. Een systeem als
ESP rekent overigens met beide af.
Pk's: Daar gaat het natuurlijk
om, bij sportieve auto's. De eenheid pk
is eigenlijk net zo ouderwets als bijvoorbeeld
de maatvoeringen 'duim' en 'voet'. Toch
hebben velen een beter idee van het begrip
pk dan van de officiële eenheid van
vermogen: Watt, of kilowatt (kW). Het maximale
vermogen van een auto wordt slechts bereikt
bij volgas en bij één bepaald
toerental. Een pk staat ongeveer gelijk
aan 0,74 kW, een kW vertegenwoordigt 1,36
pk.
Quattro: Merknaam voor
het vierwielaandrijvingssysteem van Audi.
Zorgt voor een neutraal stuurkarakter en
meer aandrijftractie bij accelereren. Ideaal
voor de sportieve rijder die zijn veiligheid
en die van anderen niet uit het oog wil
verliezen.
R. Sportieve auto's hebben
iets met de letter R. Denk aan de Type-R
(Honda), de S60 / V70R (Volvo), XKR (Jaguar),
de R32 of R36 (Volkswagen Golf; de R32 is
er inmiddels uit, maar de R36 staat er aan
te komen!) en de Cupra R (Seat Léon).
Heeft iets met Racing te maken, denken wij.
Sportonderstel: Vaak zijn
het de reeds sportieve modellen die tevens
met een sportonderstel leverbaar zijn: iets
lager op de weg, iets kleinere veerweg,
vaak een straffere demping en/of vering.
Zorgt voor minder bewegingen van de carrosserie
en dus een betere handling in bochten. Meestal
moet je er een beetje comfort voor inleveren.
Turbo: Ofwel turbocompressor
ofwel turbine / compressor. De turbine wordt
aangedreven door de uitlaatgassen (draait
wel 150.000 r/min!) en de daaraan verbonden
compressor zorgt voor geforceerde (dus meer)
inlaatlucht. Het resultaat is meer koppel
en dus ook meer vermogen. Verhoogt vooral
bij diesels het rendement.
Uitlaat: Afvoer voor verbrandingsgassen,
tevens statussymbool / powerindicator /
showstuk voor snelle auto's… Helemaal
goed: de dubbele uitlaat - denk aan de Audi
A6 en de Audi S-modellen. Ook erg goed:
dubbele uitlaat in het midden (Volkswagen
Lupo GTI, Chrysler Crossfire).
Voertuiggewicht: Erg belangrijk voor sportieve
auto's. Met méér vermogen
ben je sneller op het rechte stuk, met minder
gewicht ben je overal en altijd sneller.
Echte sportwagens hebben dus veel vermogen,
maar zijn vooral licht.
Wet sump: De smeerolie
van de motor zit in de carterpan, de krukas
draait er half doorheen en slingert de olie
(samen met de oliepomp) omhoog het blok
in en tegen de onderkant van de zuigers
(voor smering en koeling). Bijna alle auto's
hebben wet sump smering, maar dry sump is
eigenlijk beter voor sportieve auto's. De
olie wordt dan naast het blok bewaard en
via een aparte pomp het blok ingewerkt.
Voordeel: een meer compacte motor met minder
interne wrijving en betere smering in snelle
lange bochten (waar de olie anders naar
één kant van het blok verdwijnt).
Exclusieve sportwagenmerken als TVR hanteren
wel dry sump smering.
X-factor: Je hebt 't of
je hebt het niet, die X-factor. Geldt zeker
voor sportievelingen. De term zelf is in
het leven geroepen door het enige autoprogramma
dat er is, het Britse Topgear (zelfs uw
moeder zal er van genieten!).
Yaris T-sport. Heeft Toyota
even mazzel, met die Y… Behoorlijk
sportief karretje trouwens, die Yaris T-Sport!
Zuigersnelheid: We eindigen
bij waar alles begint: zuigersnelheid. Een
zuiger zit vast aan een kruktap. De kruktap
is onderdeel van de krukas en draait dus
rond, waardoor de zuiger op en neer gaat.
Hoe meer vermogen je wilt hebben, des te
sneller moet die krukas rond per minuut
en des te hoger wordt de zuigersnelheid.
Om een zo hoog haalbare zuigersnelheid te
bereiken, moet het gewicht van de zuiger
zo laag mogelijk zijn. Dat betekent dure
legeringen en uitgekiende designs, met een
zo groot mogelijke boring ten opzichte van
de zuigerhoogte en een relatief korte slag.
Bron: www.autogids.nl